Afbeelding
Foto: PR
Column

Ma

Column 237 keer gelezen

Kijkt u ook eerst wie er zijn overleden, als de nieuwe Groot Hellevoet binnenvalt? Vaak haal je uit de omschrijving dat er heel wat leed is voorafgegaan aan een overlijden. Van mantelzorgen tot in sommige gevallen ernstige en langdurige ziektes of het afglijden in de mist van dementie. Dat laatste doet mij dan denken aan mijn moeder, deze week precies 3 jaar geleden overleden.

Ik heb mijn ouders, allebei rond de 90 en destijds nog zelfstandig wonend, geholpen bij het stap-voor-stap aan het eind van hun Latijn komen. Mijn vader kende met steeds meer ouderdomskwalen desondanks een onwaarschijnlijke levensdrang. Mijn moeder die steeds meer dingen vergat, in herhaling viel, maar toch maar doorging omdat het lichaam in erg goede conditie was. Doodgaan, ooit, was voor haar eigenlijk niet aan de orde, ondenkbaar. Altijd weer de energie, om door te gaan. Voor haarzelf, maar vooral haar echtgenoot, en dat was wederzijds.

Vader was een man die alles nog heel scherp zag, ook een mogelijk levenseinde, maar wilde daar niet aan denken. Altijd weer die niet aflatende liefde voor elkaar. Altijd samen. Pa was altijd sociaal en bestuurlijk betrokken, maar op de leeftijd van 90, liet hij het heden en de toekomst al enkele jaren aan anderen over. Hij merkte dat zijn wereld – letterlijk – steeds kleiner werd.

Mijn ouders waren ruim 63 jaar getrouwd, ogenschijnlijk partners voor eeuwig. Verschilden van elkaar maar compenseren kun je leren. Samen oud worden was niet gemakkelijk. Het leek alsof er steeds minder woorden nodig waren om elkaar te begrijpen en daarom was het praten over ‘hoe het verder moet’ moeilijk, bijna onmogelijk. Door de toenemende wederzijdse afhankelijkheid en de verminderde mobiliteit ontwikkelde zich zachtjes aan een isolement à deux. Samen eenzaam. Contacten met de buitenwereld verminderden, de dagen werden volgens een strak leefschema samen geleefd. Daar mocht eigenlijk niemand tussen komen, zelfs de thuiszorgdames waren eerder storend en een noodzakelijk kwaad dan dat het een welkome onderbreking was van het isolement. Wonderlijk: mooi aan de ene kant, zorgelijk aan de andere.

Dan overlijdt mijn vader en bleef ma alleen achter, het einde van het isolement à deux. Je gaat daardoor nog meer van elkaar houden en dat hebben we ook zo gehouden. 

Dat gaat niet voorbij. Nu nog steeds niet!

Uit de krant