
Gedicht over ontstaan natuurbranden
Actueel 147 keer gelezenHellevoetsluis - Barend van Horssen schreef een gedicht over het ontstaan van de natuurbranden.
De brand en de herrijzenis.
Een hete peuk, verstrooid in dorre berm gegleden.
Een glasscherf die het zonlicht vangt in stil kristal.
Hoe achteloos kan het begin zich kleden.
Hoe klein de vonk die leidt tot groot verval.
Het vuur ging zingend door het bos en heidevelden.
Beklom de stammen die de zomer had bewaard.
De vogels vluchtten weg naar verre horizonten.
De hemel droeg de rook als Damocles zijn zwaard.
Daarna de stilte. Het as bedekte langzaam aan
het land, dat zwart zijn oude glans verloor.
Maar diep daaronder hield de aarde zaden vast,
alsof zij reeds het jonge leven had gehoord.
Want waar de vlam haar harde wet voltooit,
bereidt de grond tot nieuw bezin.
Uit zwarte as groeit weer het jonge loof.
In ieder sterven schuilt een nieuw begin.
Barend van Horssen















