
Hellevoetse loodsdienst
HistorieHet veilig vanuit zee binnenloodsen van schepen door mensen die de gevaren van de kust goed kennen, is al van alle tijden. Lang namen vissers, die de ondiepten en stromingen van de Noordzeekust goed kenden, die taak op zich. In die gang van zaken kwam pas enige stroomlijn toen de Marine zich ermee ging bemoeien. Zee- of rivierloods werd een echt beroep, en alle deskundigheid werd gebundeld.
Ooit vormden de loodsen ook een belangrijke beroepsgroep binnen de Hellevoetse bevolking. Vooral na de opening van het Kanaal door Voorne, in 1830, waren zij niet meer uit de Hellevoetse gemeenschap weg te denken. In de eeuwen daarvoor was het Haringvliet door de verzanding van de Brielse Maas voor de scheepvaart van - en naar Rotterdam al steeds belangrijker geworden. Daardoor had Hellevoetsluis zich sinds de 16e eeuw niet alleen kunnen ontwikkelen tot oorlogshaven van de Rotterdamse Admiraliteit, ook het koopvaardijverkeer op het Haringvliet was daardoor inmiddels flink gegroeid. De aanleg van het Kanaal door Voorne betekende niet alleen een kortere zeeweg naar Rotterdam, maar ook de start van de ontwikkeling van Hellevoetsluis tot een belangrijke voorhaven, met alle bedrijvigheid van dien. Sinds de opening van het kanaal ontwikkelde het zeescheepvaart-verkeer zich snel en werd de vraag naar een deskundige en veilige begeleiding van - en naar de Noordzee steeds groter. Het Hellevoetse loodswezen werd daardoor steeds belangrijker en gaf zijn gilde een gezicht door het stichten van een loodskantoor op het oostelijk hoofd van de Hellevoetse haven.
De opening van de Nieuwe Waterweg in 1872 betekende echter dat Hellevoetsluis zijn zeescheepvaart al snel weer zag verdwijnen. Maar de zeeloodsen bleven Hellevoetsluis toch trouw. Uiteindelijk werd de Hellevoetse loodsdienst pas in 1934 opgeheven. Het loodskantoor (op de foto in 1913) werd tijdens WO2 in 1944 door de bezetter afgebroken.
(Foto: Stadsmuseum Hellevoetsluis)















