
Voetgangerpontje
HistorieDat met voetgangerpontjes voorzichtig moet worden omgegaan werd kort geleden bij de Beningerslikken weer eens bewezen. Te veel personen wilden tegelijk van het pontje gebruik maken, met kapseizing en een aantal gewonden als gevolg.
Ruim zeventig jaar daarvoor werd ook al ondervonden dat met zulke overzetpontjes de overtocht niet altijd feilloos verliep. In 1952 werd besloten de inmiddels sterk verouderde vlotbrug bij de Oostdijk te vervangen door een moderne ophaalbrug. Er werd een pontje ingezet om voetgangers en fietsers over het Kanaal door Voorne te vervoeren. De brugwachters werden met het beheer en de bediening van het pontje belast. Die bediening verliep via een strak over het kanaal gespannen kabel, waarlangs het pontje met zijn passagiers met handkracht naar de andere kant moest worden gemanoeuvreerd. In die tijd was er echter nog altijd scheepvaart door het kanaal. Dat betekende dat de brugwachter bij een naderend schip de kabel zodanig moest laten zakken dat een schip veilig kon passeren. Op 17 december 1952 verliep dat tijdens een overtocht echter niet helemaal naar wens.
Vlak bij het pontje lag de tramhalte Nieuwenhoorn van de Rotterdamse Tramweg Maatschappij. Van dat stationnetje werd vooral gebruik gemaakt door trampassagiers uit Nieuw-Helvoet en Nieuwenhoorn. Aan het begin en het einde van de dag waren de trams altijd druk bezet, ook het pontje had dan natuurlijk veel klandizie. Toen aan het einde van de middag een te goed gevuld pontje het kanaal overstak, werd door de duisternis een naderend schip niet op tijd opgemerkt. IJlings werd de terugtocht ingezet om de kabel te laten zakken. Maar enkele passagiers raakten zo in paniek dat zij overboord sprongen. Gelukkig vielen er geen gewonden en bleef het bij een nat pak. Voortaan werd tijdens de “spits” een politieman ingezet om het aantal passagiers op peil te houden.















