Ger op een van zijn vele reizen.
Ger op een van zijn vele reizen.
Een gesprek met...

Een gesprek met Ger den Reijer

Algemeen

Ger den Reijer is freelance reporter voor Groot Hellevoet. Hij schrijft wekelijks een column en zo’n drie tot vijf artikelen. Hij is niet afkomstig uit de journalistiek, zijn achtergrond is compleet anders, namelijk de IT. Wel schreef hij jarenlang badmintonwedstrijdverslagen voor deze krant. We maken nader kennis met Ger.

“Vanwege de woningnood woonden mijn ouders de eerste jaren na hun huwelijk in bij de ouders van mijn vader.” Over die jaren weet Ger niet veel meer. “Soms herinner ik me iets, maar het kan ook zijn dat het me zo vaak is verteld dat ik denk dat ik het nog weet. “We verhuisden op mijn 4e naar Sittard en op mijn 6e naar Schiedam. Toen ik 9 was verhuisden we naar Zierikzee. “

Voor Ger voelt het alsof hij volledig in Zierikzee is opgegroeid. “Ik word natuurlijk nooit een Zeeuw, maar omdat ik daar mijn hele jeugd heb doorgebracht, voelt Zierikzee altijd erg goed aan als ik er weer kom. Ik heb daar ook mijn eerste bijbaantjes gehad, waarvan mijn werk in zwembad Onderdak het meest is bijgebleven. Ik heb er alles bij elkaar 7 jaar gewerkt.”

Het werk van Ger speelde zich hoofdzakelijk af in en rond automatisering. “Mijn eerste baantje was bij Philips in Eindhoven. Daar zorgde ik voor de input van een computersysteem dat de onderdelenbehoefte van alle fabrieken van Philips berekende. Dat betekende bellen en faxen naar allerlei onderbazen van fabrieken wat hun planning in aantallen was en welke onderdelen in een apparaat zaten. Het systeem vermenigvuldigde die aantallen en daaruit ontstond een planning voor de in te kopen materialen.” Ger woonde in die jaren boven een café. “Met de huiseigenaar had ik een bijzondere afspraak: als ik meehielp in het café dan hoefde ik geen huur te betalen. Nou, reken maar dat ik die vijf jaren weinig huur heb betaald!”. Zijn café ervaring bracht hij later in de praktijk bij de start van Eetcafé Silly aan de Oostdijk.

De weekenden werden bij zijn ouders in Zierikzee doorgebracht, stappen in Renesse, en werken in het zwembad. “Ik had een soort ‘vrijheidsdrang’. Ik wilde persé zo snel mogelijk één jaarsalaris op mijn bankrekening hebben staan. Ik wilde niet – net zoals ik zag bij veel mensen om mij heen – bang zijn om op mijn werk niet te kunnen zeggen wat ik dacht, omdat dan eventueel mijn baantje op de tocht zou kunnen komen te staan. Die handelwijze heeft me heel mijn carrière geen windeieren opgeleverd, wel af en toe een buil,” zegt hij lachend. “Bij Philips scheelde het dat ik alle directeuren en hun secretaresses bij voornaam kende. Het café waar ik woonde/werkte kende een hoog Philips gehalte en als er iets gevierd moest worden, gebeurde dat bij ons. Ik kan er een boek over schrijven.”

Na zijn Eindhovense periode ging Ger werken bij het Centraal Bureau voor de Statistiek in Voorburg. “Daar heb ik geleerd om als een ambtenaar te werken,” zegt hij daar over.Iedereen mag hierbij denken wat hij wil,” lacht Ger.

Daarna verkaste hij naar het ziekenfonds in Brielle. Ger: “Dat was samen met Texel het enige nog niet geautomatiseerde ziekenfonds van Nederland. Na twee turbulente jaren was de computer ingevoerd en werd ik systeembeheerder. Toen lag ik vrijwel de hele dag met de benen op mijn bureau, want het was nog geen 10 uur werk in per week. Ik deed ter plekke de financiële administratie van BC Meteoor, waar ik lid van was. En ik kan je vertellen dat handmatig van 700 leden bijhouden of er wel contributie betaald wordt veel werk is.” Het ziekenfonds was een doodlopende straat en de overstap naar een computercentrum voor zorgverzekeraars in Rijswijk was dan ook een logische. “Vervolgens heb ik nog een jaartje bij zorgverzekeraar Nuts (later Ohra) gezeten, alvorens ik terechtkwam in een startup waar we een regionaal computernetwerk voor de zorg bouwden en exploiteerden. Een soort internet, voordat internet er was. Het systeem was een succes in de Haagse regio en we verkochten het een aantal keer aan andere regio’s. Een geweldige tijd was dat!”.

Ger vertelt dat hij vanaf zijn eerste baan altijd heeft gezegd dat hij niet de volledige arbeidsperiode wilde uitzitten. Hij maakte daarvoor een plan en kon op 53-jarige leeftijd zijn ontslag indienen. “Vervolgens kon ik doen wat ik leuk vind, hoewel ik altijd fluitend naar mijn werk ging. Zo kwam ik terecht in de mediatheek van het Jacob, de bloemenzaak van Martine aan de Rijksstraatweg en uiteindelijk bij Groot Hellevoet. Verder heb ik samen met drie Brabantse jongeren een muziekboek voor dementerende mensen (‘De tijd vliegt’) uitgebracht. Dit krijgt binnenkort een vervolg. Echt mooi om te doen.”

Reislust
“Reizen heb ik heel mijn leven graag gedaan. We hadden al landen als Mexico, Cuba en Maleisië bezocht. In 1988 won ik een drieweekse reis naar Indonesië. Ik ben dan wel geen Cock van den Berg of Ben van Wijnen (red. erkende winnaars reclameprijsvragen), maar een nog zeer jonge Rik Bakker noemde me in het AD toch ‘De Hellevoetse Guus geluk’.

In 2000 kregen we de kans om vier maanden op reis te gaan. Dat was letterlijk een wereldervaring, zeker met een kind van drie jaar bij ons. We zijn toen in Zuid-Afrika, Australië, Nieuw-Zeeland, op de Cook eilanden en in Japan geweest. Fantastisch! Het uitzoekwerk vooraf bracht ons veel werk, we zaten heel wat dagen in de reisbibliotheek in Brugge, waar over elk land ter wereld informatie is te vinden. Eenmaal teruggekeerd van de reis dachten we dat dit een eenmalige gebeurtenis was, maar in 2004 hebben we zes maanden kunnen reizen door Zuid-Europa. We boekten in februari een ticket naar Spanje en in augustus een terugvlucht vanuit Athene. In de tussenliggende periode was het ‘go-with-the-flow’. En nu nog maken we op verschillende manieren tripjes: dan weer met de auto toeren door Portugal, een cruise naar Oman, een weekje Duitsland. In februari was ik in Argentinië en Chili. Op mijn wensenlijst staat nog een treinreis naar Kalmukkië. Nog plannen zat!”

Sunarti
Speciaal is ook Gers’ relatie met een Indonesische vrouw, Sunarti. “In de jaren ’80 steunden we via Foster Parents een familie op het eiland Java. Er waren destijds ook bezoekmogelijkheden en toen zijn we tweemaal op visite geweest bij het gezin. Na de ondersteuningperiode kon je kiezen of je contact wilde blijven houden.

Dat hebben we gedaan. Het kleine meisje van vier jaar van destijds is nu een volwassen vrouw en we hebben nog steeds contact en ondersteunen haar waar mogelijk. Het contact is een paar jaar verloren geweest, maar toen een pater vanuit Indonesië in de kerk in Hellevoetsluis kwam collecteren voor waterputten op Java, bleek dat hij het dorp kende waar Sunarti woont. Zo werd het contact weer hersteld. Wonderlijk!”

In het heden aanbeland is de vraag hoe Ger de komende jaren ziet. “Ik ben iemand die zijn leven lang plannen heeft gehad en gemaakt, maar nu heb ik iets van ’ik zie wel’. Ik hoop nog geruime tijd lekker te kunnen leven en doen wat me blij maakt. En als ik anderen ook een beetje blij kan maken, dan doe ik dat graag.”

De wieg van Ger stond in 1954 aan de Wolphaertsbocht in Rotterdam, in het huis van zijn opa en oma. Hij is de enige zoon van zijn ouders. Hij bracht een groot deel van zijn jeugd door in Zierikzee. Daarna kwam hij terecht in Schiebroek, waar hij studeerde. Dat was geen succes en Ger vertrok naar Eindhoven, waar hij zijn eerste baan vond bij Philips. En in het caféleven terechtkwam.

Zijn partner Brenda trof hij op badmintonclub Meteoor in Hellevoetsluis. Daar kwam hij terecht vanwege de huizenschaarste in de jaren ’80. Samen met Brenda heeft Ger één zoon: Lars. “Ja, onze stamboom is een dun draadje,” zegt hij daarover. Ger is reislustig, dat zal blijken in zijn verhaal.

Afbeelding
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant