
Percelen vesting ontruimd en afgebroken
AlgemeenDe geruchten zongen al lang rond, maar in september 1943 werd het dan toch officieel: op bevel van de Duitse Wehrmacht moest een groot aantal percelen binnen - en net buiten de Hellevoetse vesting worden ontruimd en afgebroken. Daarbij ging het voornamelijk om de bebouwing ten westen van de haven.
De bewoners van de nog resterende woningen in de vesting die niet aan het arbeidsproces deelnamen moesten hun woonruimte afstaan aan degenen die nog wel aan het werk waren. De bekendmaking kwam niet helemaal onverwacht, want er waren al eerder plannen gemaakt om de verpauperde bebouwing binnen de Hellevoetse vesting te saneren en te vernieuwen. Maar het bevel van de Duitse Wehrmacht had alles te maken met het optimaliseren van een verdedigingslinie tegen een mogelijke geallieerde inval. Hoe het ook zij: de bewoners die nog in het westelijk gedeelte van de vesting woonden moesten er weg. Een aantal percelen dat net buiten de vesting stond, zoals bijvoorbeeld aan de Glacisweg, de Brielse Straatweg en bij het RTM-tramstation trof hetzelfde lot en moest met de grond worden gelijkgemaakt. En er was haast bij! Op 1 oktober moesten de woningen zijn ontruimd om ruim een maand later te zijn afgebroken.
Zo’n vaart zou het echter niet lopen. Er werd wel snel met de afbraak begonnen, maar de slopers bleken meer tijd nodig te hebben om hun karwei te voltooien. In het voorjaar van 1944 - nu tachtig jaar geleden - was de klus grotendeels geklaard en was tweederde van de bebouwing binnen - en net buiten de vesting met de grond gelijkgemaakt. Slechts de molen en enkele andere bouwsels, waaronder het zogenoemde “Bellenhuis” en het café van de familie Uitterlinden in de Hoofdwachtstraat bleven gespaard. De bevolking van de vesting en omgeving daalde door afbraak van zo’n 1250 naar een schamele 800 inwoners.
(Foto: Stadsmuseum Hellevoetsluis)















