
Verval vesting
HistorieNadat Marine en tenslotte in de jaren dertig ook de Rijkswerf Hellevoetsluis hadden verlaten, sloeg het verval binnen de Hellevoetse vesting snel toe. De leegstand van overheidsgebouwen en woningen nam enorme proporties aan, de noodzaak voor onderhoud daaraan werd in veel gevallen volledig genegeerd. Ook de Hellevoetse marinehaven en het natte dok vielen ten prooi aan verwaarlozing. Met het vooruitzicht dat de Rijkswerf op zijn laatste benen liep, waren ook die aan hun lot overgelaten. En daar wisten eb en vloed wel raad mee. Twee keer per etmaal werd in de ooit zo drukke marinehaven een laag slib afgeleverd, wat zich tenslotte vooral bij laag water manifesteerde in het droogvallen van het ooit zo bedrijvige vaarwater. Later werden haven en dok ook door de Duitse bezetter aan hun lot overgelaten. Hun maritieme activiteiten werden voornamelijk afgehandeld via de Koopvaardijhaven en het Kanaal door Voorne. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog verkeerde de vesting, zijn havens, bebouwing en het gebied er omheen in een desolate toestand. Maar liefst 190 woningen, 24 winkels en acht bedrijven hadden de afbraakwoede van de Duitsers niet overleeft. De vestingpopulatie was daardoor teruggebracht tot zo’n 750 inwoners.
Na de bevrijding werd echter niet bij de pakken neergezeten. Het gemeentebestuur legde met veel elan plannen op tafel om de vervallen, verpauperde vesting opnieuw aan te pakken. Er kwamen plannen voor een nieuwe wijk (Glaciswijk) en er werden actief bedrijven benaderd om de werkgelegenheid weer binnen de Hellevoetse vesting terug te brengen. Vooral het oude werfterrein kreeg daarbij speciale aandacht. Voorwaarde was natuurlijk wel dat het terrein weer goed voor de scheepvaart bereikbaar werd. En zo kon het gebeuren dat begin jaren vijftig plotseling een baggermolen in de haven verscheen die de dichtgeslibde haven langzaam maar zeker weer op diepte bracht. (Foto: Stadsmuseum Hellevoetsluis)















