
Marine in Hellevoetsluis
HistorieHoe laat je een militair op een verantwoorde manier zijn vrije tijd doorbrengen? Die vraag hield vroeger velen in legerplaatsen bezig. Onder ‘verantwoord’ werden vooral minimale mogelijkheden tot drankgebruik en wangedrag verstaan. De kroegen in legerplaatsen en bij marinebases hadden meestal aan klandizie van de militairen niet te klagen, tot groot verdriet van degenen die de jeugdige militairen toch liever hun vrije tijd anders wilden zien doorbrengen.
Op de marinebasis Hellevoetsluis was het niet anders. Marinemensen stonden zeker niet bekend als geheelonthouders. Over Hellevoetsluis bestond zelfs de mare dat de hoeveelheid aangevoerd bier daar zo groot was, dat ook de straten er wel mee zouden worden gespoeld. Om de vrije tijd van de marinemensen toch een beetje te kunnen beheersen, was in 1881 binnen de wallen een marinecantine (het huidige Tromphuis) geopend.
Men begon daar braaf zonder alcohol, maar dat bleek al snel niet meer te handhaven. De Jantjes wilden hun natje alleen maar mét, waarop de marineleiding tenslotte maar toegaf. Aan het einde van de 19e eeuw ontstonden bewegingen die het welzijn van de militairen na aan het hart lag. Er moest een alternatief komen voor het kroegenbezoek, waarbij militairen zich konden ontspannen en thuis voelen. Overal in Nederlandse legerplaatsen werden tehuizen gesticht, waar militairen konden genieten van ‘een kop koffie, thee, chocolade, sigaar of pijpje tabak, en soms een versnapering’.
Zo ook in Hellevoetsluis. Het nieuwe tehuis kwam in 1906 te staan in de Opzoomerlaan, toen nog gewoon ‘barakken’ geheten. Voor de stichting van het nieuwe tehuis was gul gegeven. Ook de Koninklijke familie had een duit in het zakje gedaan, waarna vele anderen niet konden achterblijven. In 1906 werd het tehuis geopend, om aan het einde van de jaren vijftig weer plaats maken voor een nieuwe MULO-school (nu Theater Twee Hondjes). (Foto: Stadsmuseum Hellevoetsluis)















