
Corine Arkenbout-van der Velde
Algemeen 5.284 keer gelezenCorine is een bekend gezicht in Hellevoetsluis. Ook veel mensen uit de gemeente Westvoorne en op Goeree-Overflakkee zullen deze kapster wel kennen. Het beroemdst is Corine natuurlijk van haar jaarlijkse boeren rommelmarkt. Net terug van een welverdiende vakantie vertelt zij haar verhaal.
De jonge jaren
“Ik ben geboren in een caravan in Dirksland. De boerderij van de opa van mijn moeder werd verbouwd en mijn ouders hebben twee jaar in die caravan gewoond. Ik ben in januari ’66 geboren. De huisarts kwam gewoon even langs. Mijn vader rookte flink, de huisarts deed de bevalling en bleef ook stug zijn sigaartje roken. Dat kun je je nu toch niet meer voorstellen. Mijn ouders zijn op hun boerderij de Strijk Penning gaan wonen. Alle familieleden van moeders kant hadden een boerderij in Melissant. Het dijkje waaraan wij woonden was nog net Dirksland maar even verderop begon Melissant. Mijn opa van vaderskant had in Nieuwe-Tonge een landbouwmechanisatie bedrijf, Cebeco. Dat was een heel begrip in die tijd. Mijn vader begon ook een eigen bedrijf. Hij was exclusief Deutz dealer op boerderij de Strijk Penning en verkocht trekkers. Mijn vader was geen boer maar we woonden dus wel op een boerderij. Mijn twee zussen en ik moesten al van kleins af aan meehelpen in het bedrijf. Schoonmaken, trekkers poetsen, we waren al heel jong aan het werk. Met acht jaar gingen we al bollen pellen bij de buren of aardappels rapen, dat deed je gewoon. Soms na school en soms ook voor school. We moesten ook altijd op de fiets naar school, een heel eind, dwars door de polder. Op de kleuterschool hadden we nog geluk want dan mocht je altijd nog tussen de middag bij een tante eten. Vanaf de basisschool moest je tussen de middag ook dat end nog eens heen en weer.
Het kappersvak
Na de middelbare school in Middelharnis ging ik naar de kappersschool in Rotterdam. Wat een ramp was dat in het begin. Ik sprak alleen maar plat Flakkees, niemand kon me verstaan. Er zaten gelukkig twee Zeeuwse meiden in mijn klas met wie ik optrok. Mijn klas moest in het begin wel lachen om mijn dialect. Ik leerde heel snel Nederlands, je moet wel, je wilt je toch aanpassen. Het was een hartstikke leuke tijd. In Rotterdam kon je van alles doen, lekker winkelen bijvoorbeeld. De kappersschool duurde eigenlijk drie jaar maar ik kreeg al na twee jaar een baan aangeboden. Ik haalde goede cijfers en had de juiste certificaten al gehaald. Het certificaat voor schoonheidsspecialiste ontbrak nog maar daar heb ik toch helemaal niets mee. Ik ben aan het werk gegaan bij kapsalon Bram Jongejan. Daar heb ik 5 jaar met veel plezier gewerkt. Ik had een huisje in Stellendam en ging lekker mijn eigen gangetje.
De liefde
In die tijd ging ik vaak uit in Strandtent de Quack. Daar werkte Aat. Ik was daar een keer aan de bar en ik dacht, zo, dat is een leuke jongen. Het heeft nog een poosje geduurd maar toen vroeg hij op een avond, “wacht je straks even op me ?” en toen was het aan. Aat woonde bij zijn ouders op de boerderij waar we nu nog steeds wonen. Hij pendelde vaak heen en weer naar mijn huisje in Stellendam. Via Aat ben ik ook in contact gekomen met Wim en Lenie Arkenbout van kapsalon Arkenbout (geen familie van, Red.). Zij kenden elkaar van vroeger. We kwamen elkaar vaak tegen op de dam in die tijd. Wim vroeg of ik bij zijn kapsalon wilde komen werken. Ze zaten te springen om personeel. Ik ging een dagje proefdraaien in de kapsalon aan de Oostkade in de vesting van Hellevoetsluis. Ik vond het helemaal geweldig. Het was een groot salon met een groep hele leuke meiden. Ik ging op de herenafdeling knippen. Heren knippen vond ik gewoon het leukste om te doen.
Mensen-mens
Dit speelde allemaal in 1990. Dat was ook een behoorlijk heftig jaar. Eerst overleed Aat zijn vader en zeven maanden later zijn moeder. Voor we het wisten woonden we samen op de oude boerderij van zijn ouders. Aat werkte bij de Strandtent en ook nog eens bij het boerenbedrijf. Toen zoon Alex en dochter Kelly kwamen, ben ik het in kapsalon Arkenbout wat rustiger aan gaan doen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het voor mij ook rustiger werd”, vertelt ze met een grijns. “Op een boerderij is natuurlijk altijd wel iets te doen. Ik doe de boekhouding en ben ook niet te belazerd om op een trekker te kruipen. Naast de kinderen en de boerderij was ik ook heel actief in het verenigingsleven en deed ik heel veel op de basisschool van Alex en Kelly. Ik ben gewoon graag lekker bezig. Het werken in de kapsalon was eigenlijk ook een soort ontspanning voor mij. Ik ben een echt mensen-mens en het contact met de klanten zou ik niet willen missen.
Een vervelend einde
Eigenlijk was mijn motto altijd al, ga niet werken bij vrienden of familie. Dat had ik misschien ook maar beter niet kunnen doen. In 2011 kregen alle kapsters van Arkenbout een brief op de mat. Wim en Lenie gingen er binnen vier maanden mee stoppen. Geen waarschuwing vooraf, geen goed gesprek, zo van het ene op het andere moment, Boem, met een brief in je brievenbus. We moesten met alle kapsters toen nog vier maanden doorwerken. Nou, je kunt begrijpen dat de sfeer toen goed verziekt was. We hebben de eer aan onszelf gehouden en hebben die laatste vier maanden nog netjes doorgewerkt. Ik ben ook heel blij met die groep collega’s. We hebben na al die jaren nog steeds goed contact. We weten nu nog steeds niet waarom Wim en Lenie nou eigenlijk gestopt zijn. Na dat ontslag ben ik in het oude pand van Vermaat een kappersstoel gaan huren. Al mijn oude klantjes kwamen met me mee.
Hoe ging het verder
Aat en ik waren toen al ruim 20 jaar samen. De boekhouder zei dat het belastingtechnisch beter was om te gaan trouwen. Dat zijn we dan maar gaan doen. We kozen voor de datum 12-12-2012.
We wilden niks bijzonders doen. Gewoon eventjes trouwen met de trekker en een etentje achteraf. Maar we hadden daarbij niet aan onze vrienden en kennissen gedacht. En aan de meiden van kapsalon Arkenbout. Van de ochtend vroeg tot de avond laat hadden ze een geweldig programma in elkaar gedraaid. Het werd uiteindelijk een geweldig feest in ‘t Golfie. Na zeven jaar een stoel gehuurd te hebben in het oude Vermaatgebouw moest ik daar ook weer weg. Er zou toen al gebouwd gaan worden. Ik vond via een klant een leuk pandje aan de Smitsweg in Nieuw Hellevoet. In het begin zag ik het best zwaar in. Het lag toch wat meer afgelegen dan het oude pand bij Vermaat. Gelukkig gingen alle klanten weer met me mee. Ik kreeg er zelfs weer nieuwe klanten bij uit deze buurt. Dit pand voelt helemaal van mij. Ik zit hier nu alweer vijf jaar en heb het prima naar mijn zin.”
















