
Belt u maar
AlgemeenOp dit moment is even iemand bellen, appen of video-bellen heel gewoon. Mensen denken er niet eens bij na. Zonder tussenkomst van een persoon leg je in een mum van tijd contact met iemand, die zich desnoods aan de andere kant van de wereld bevindt.
Maar nog niet eens zo heel lang geleden was bellen nog een aangelegenheid waar mensenhanden aan te pas kwamen. Lange tijd was het namelijk heel vanzelfsprekend dat als je iemand wilde bellen, je eerst een telefoniste belde. Deze dame – heren deden dit werk niet of nauwelijks – bracht de verbinding tot stand via een schakelbord. Zij hield ook de gesprekskosten bij. Vervolgens kwam er de moderne telefooncentrale en verdwenen de ‘telefoon-juffrouwen’.
In een krant van destijds was het volgende te lezen: “Het resultaat voor den abonné zal zijn, dat hij dag en nacht binnen enkele seconden verbinding zal kunnen hebben met elk nummer in het land. Dat hij dit nummer niet meer hoeft aan te vragen, maar terstond zelf kiezen kan. Dat hij slechts in enkele gevallen de bemiddeling van een telefoon-beambte behoeft. Welke bemiddeling niet langer zal duren dan thans door de telefoonjuffrouw in de stad. De telling van de gesprekskosten zal ook geheel automatisch geschieden.”
In onze regio stond aan de Opzoomerlaan in Hellevoetsluis een telefooncentrale. Dat is het gebouw waar nu Marco Warmte is gevestigd. Na de automatisering werd het technische gedeelte van de centrale ondergebracht in een apart gebouwtje op het Gallasplein, tegenover het postkantoor. Ook in Brielle stond een centrale, de zogenaamde Telefoondienst Dienstkring Brielle. Deze was een de Rozemarijnstraat gevestigd. Op een prentbriefaart van de Opzoomerlaan is te zien dat naast de marinekantine en de kerk, de voormalige telefooncentrale stond, dit was in de jaren ’50 van de vorige eeuw (foto’s streekarchief Voorne-Putten).
In de Nieuwe Brielsche Courant van 1957 was te lezen dat op 13 juni 1957 de automatische telefooncentrale in Spijkenisse in werking was gesteld. Daardoor kwamen de telefooncentrales in Hellevoetsluis, Brielle, Zuidland, Osstvoorne en West-Rozenburg in dienst en kregen deze gemeenten eigen netnummers. Tegelijkertijd werden die van Nieuwenhoorn, Hekelingen en Simonshaven opgeheven. Het grootste gedeelte van Voorne-Putten was vanaf dat moment automatisch bereikbaar. Eigenlijk zou deze operatie al lang daarvoor hebben plaatsgevonden, maar in de oorlog werden zo veel telefooncentrales vernield, dat het herstel daarvan vele jaren vergde.
De nieuwe telefooncentrale werd ook een belangrijke schakel in het internationale telefoonverkeer. Voor Hellevoetsluis werd de telefooncentrale in 1963 uitgebreid en werden de 3-cijferige telefoonnummers vervangen door 4-cijferige.
In 1969 werd als vervanging van de telefooncentrale aan de Moriaanseweg voor ruim 1.6 miljoen gulden een nieuwe telefooncentrale in de Karel de Stoutestraat gebouwd. Hierdoor werd de capaciteit voor Hellevoetsluis uitgebreid van 1.400 naar 3.000 nummers. Er was bij de bouw van de centrale rekening gehouden met een uitbouw om tot 10.000 nummers te kunnen verwerken.
Burgemeester Aarse van Hellevoetsluis verrichtte het eerste gesprek via de nieuwe centrale. Hij hekelde daarbij de slechte verbindingen en de kwaliteit van de gesprekken met Spijkenisse. “De telefoongesprekken met Spijkenisse zijn soms nog onduidelijker dan die in de maanreportage,” sprak hij onder verwijzing naar de maanlanding.
De huidige telefooncentrales werken digitaal. Telecommunicatie en datacommunicatie overlappen elkaar steeds meer.















