Afbeelding
Foto: Wil van Balen

OM eist werkstraf en rijontzegging voor dodelijk ongeval tijdens Fokveedag

Juridisch 1.313 keer gelezen

Rotterdam - Op 10 augustus 2019 overleed Bert Steenhuis tijdens het uitoefenen van zijn werk als verkeersregelaar tijdens de jaarlijkse Fokveedag. Hij werd aangereden door een tractor, met Cees B. als bestuurder en kwam ten val. Later overleed hij aan de gevolgen van deze val.

B. stond donderdag voor de rechter in Rotterdam. Tijdens de zitting gaf de 56-jarige Hellevoeter aan dat hij stapvoets op de verkeersregelaar afreed, die opeens omviel. Hij zag niet dat het slachtoffer op zijn hoofd terecht kwam.

Uit het rapport van de forensisch arts blijkt dat het hoofdletsel de dood van Bert veroorzaakt heeft. Ook was er op de schoen van het slachtoffer een spoor van een mogelijke aanrijding. Dat komt overeen met de verklaring van een getuige die zag dat het slachtoffer met zijn voet onder de tractor van de verdachte kwam. Een andere getuige stelt dat de verdachte gas gaf vlak voor de verkeersregelaar.

Eerder in 2019 zou Cees B. na een aanwijzing van een verkeersregelaar gezegd hebben dat hij een volgende keer zou doorrijden. Tijdens de zitting ontkende hij die uitspraak, net als dat hij op het slachtoffer gescholden zou hebben. Getuigen beweren echter anders. Volgens B. worden er allemaal leugens over hem verteld. Hij wil niks meer te maken hebben met verkeersregelaars en zegt er voortaan met een grote boog om heen te rijden.

Linda, de dochter van Bert, las de slachtofferverklaring van haar moeder en zichzelf voor. Zij verwijten B. dat hij hen en het gezin kapot gemaakt heeft, enkel omdat hij niet wilde wachten voor een ambulance die er door moest. Ook verweten ze hem dat hij na het ongeluk geen contact zocht.

De officier van justitie noemde het schokkend dat B. geen respect toonde voor de verkeersregelaars en het slachtoffer zelfs uitschold. Bij het OM is er ook een vrees voor herhaling. Omdat het om een verkeersregelaar gaat, is er volgens het OM sprake van een strafverzwarende reden. Wat het OM betreft krijgt B. een werkstraf van 240 uur opgelegd en een rij-ontzegging van anderhalf jaar waarvan een half jaar voorwaardelijk.

De advocaat van B. eiste vrijspraak. Volgens hem kan de aanrijding niet bewezen worden. Omdat de schoen van het slachtoffer verdwenen is, kan die niet meer als bewijs aangevoerd worden. Het openbaar ministerie was het daar niet mee eens.

Op 1 juli doet de rechter uitspraak in deze zaak.

Uit de krant