Afbeelding
Picasa
Foto van vroeger

Ramp ss Berlin

Historie 213 keer gelezen

Op 30 september 1911 trok een zware storm over Nederland. Er ontstond veel schade, ook in Hellevoetsluis, waar bomen werden ontworteld en huizen beschadigd. Dakpannen en schoorstenen moesten het ontgelden en er werd een gat geslagen in het dak van de Ned. Hervormde kerk van Nieuw-Helvoet. Ook in de zeedijk sloegen enkele gaten. Maar nog veel erger waren de schade en het leed die de storm op zee achterliet. Diverse schepen raakten op zee in nood waarvan er enkele op het strand terecht kwamen. Het stoomloodsvaartuig No. 4 ‘Hellevoetsluis’, dat landelijke bekendheid kreeg door zijn hulpverlening bij de geruchtmakende ramp met het ss Berlin op 21 februari 1907, kreeg voor de kust bij Hoek van Holland een enorme stortzee te verwerken. Het stuurhuis werd daardoor compleet weggeslagen. De vier zich in de stuurhut bevindende bemanningsleden werden in zee gesleurd en verdronken jammerlijk. Onder hen bevond zich kapitein Jacob Berkhout (52), die samen met zijn bemanningsleden voor zijn aandeel bij de reddingswerkzaamheden bij het ss Berlin nog werd onderscheiden met de Huisorde van Oranje. Van die bemanning van toen restte op de

‘Hellevoetsluis’ in 1911 verder alleen nog loodskwekeling De Geus (32). Ook De Geus behoorde nu tot de slachtoffers. De andere bemanningsleden die overboord werden geslagen waren de loodsen Schaap (35) en Kuyt (40). Een vijfde bemanningslid, de loodskwekeling Kolster raakte zwaargewond. Hij overleed later aan zijn verwondingen.

De verslagenheid was groot. Enkele van de slachtoffers lieten grote gezinnen achter. Kapitein Berkhout had tien kinderen, Kuyt en Koster ieder vijf.

In eerste instantie werd de zwaar beschadigde ‘Hellevoetsluis’ door een ander loodsschip de Nieuwe Waterweg op gesleept. Later werd de ‘Hellevoetsluis’ naar de Hellevoetse Rijkswerf gebracht. Op de foto ligt het schip met de weggeslagen stuurhut in het ‘natte dok’. Op de achtergrond de Westzanddijk. (Foto Stadsmuseum)

Uit de krant