
Hoogbegaafd op Voorne Putten en in Rozenburg
Algemeen 2.183 keer gelezenOp woensdag 2 november organiseerde het Onderwijscollectief Voorne Putten Rozenburg een Masterclass over hoogbegaafdheid en metacognitie.
Ruim zeventig deelnemers verzamelden zich in Hellevoetsluis in het gebouw van Penta Jacob van Liesveldt om onder de bezielende leiding van de gastpreker, de heer dr. M J. Veenman interactief bezig te zijn met dit in onderwijsland actuele thema. De deelnemers waren met name docenten uit het primair en voortgezet onderwijs, zorgcoördinatoren en directieleden van de bij de VPR aangesloten scholen.
De heer Veenman studeerde cognitieve psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, alwaar hij in 1993 promoveerde op een proefschrift over de relatie tussen intelligentie en metacognitie. Sindsdien heeft hij bijna 25 jaar gewerkt aan de sectie Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie aan de Universiteit van Leiden. Bovendien was hij enkele jaren verbonden aan de Lerarenopleidingen van de Universiteit van Amsterdam en van de Universiteit van Leiden. Momenteel is hij directeur voor het Instituut voor Metacognitie Onderzoek.
Het motto van deze Masterclass: ‘Metacognitie is een bepalende factor voor een effectief leerproces dat door instructie kan worden bevorderd. Docenten dienen daarin een cruciale voorbeeldrol te spelen. Dat geldt onverminderd voor onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen.’
Uit de heldere uitleg van het begrip hoogbegaafdheid bleek dat IQ meer is dan een gemeten intelligentie van 130, sterker nog, aldus Veenman “ Hoogbegaafdheid kan worden opgevat als gerealiseerd potentieel, gekenmerkt door een hoog niveau van intelligentie + metacognitie (+ andere factoren zoals bv. omgevingsfactoren). En de verrassende conclusie was dat 45% van de hoog-intelligente leerlingen ondergemiddeld scoort qua metacognitie in het voortgezet onderwijs. En dan dat begrip metacognitie. Veenman: ‘Kennis en vaardigheden om het eigen denken, handelen en leren te sturen en te controleren’. Een hele mondvol, maar in de praktijk betekent dit dat een leerling zich oriënteert op zijn werk, voorkennis activeert, zich doelen stelt, plant, zichzelf monitort en het werk evalueert. Ga er maar aan staan als leerling. Gelukkig stelde hij het publiek gerust met de mededeling dat dit proces trainbaar is, in primair onderwijs en in voortgezet onderwijs. Uit onderzoek blijkt dat metacognitie in hoge mate de leerprestatie bepaalt, méér dan intelligentie, voorkennis, sociaal-economische-status, studiemotivatie. Ook blijkt dat bij leerlingen en studenten van verschillende leeftijden (van 9 tot 26 jr.) metacognitieve vaardigheden 40% van de leerprestatie bepalen.
Voor vragen over deze materie kunt u natuurlijk contact opnemen met het VPR, met name de regiehouder Voorne Putten en Rozenburg, mevrouw drs. W.H.E. Heikoop, telefoon 0181-760900.















