Afbeelding
Foto: Wil van Balen
Een gesprek met...

Duncan Peltenburg

Algemeen 320 keer gelezen

Begin 2020, toen de coronacrisis net begon, verhuisde Duncan Peltenburg (48) naar Hellevoetsluis. En het bevalt goed. “Ik kwam al regelmatig in Hellevoet omdat mijn vriendin hier al woonde. Mijn huis in Rotterdam had ik te koop gezet, dat werd heel snel verkocht. Het besluit om samen in Hellevoetsluis te gaan wonen, was snel gemaakt.

“Rotterdam is vooruitstrevend, levendig en bruisend. Je hebt zoveel keuze; leuke eettentjes, kunst, cultuur. En je krijgt veel voor elkaar. Alles is snel te regelen; je hebt zo de juiste mensen gevonden bij wat je wilt doen. Niet lullen maar poetsen; dat is ook echt waar Rotterdammers voor staan. Hellevoetsluis was best even wennen in het begin. Maar ik vind het hier te gek. Vestingsteden vind ik sowieso altijd mooi en er is hier strand en bos dichtbij. Hoe druk het hier af en toe ook kan zijn, het is niet te vergelijken met Rotterdam. Als ik in de stad moet zijn dan valt het me op hoe druk het daar is. Wat ik het meest mis aan Rotterdam is het eten! Maar we gaan regelmatig langs bij een van de vele eettentjes in Rotterdam.”

“Ik moet tot mijn spijt zeggen dat ik hier wel vaker de auto pak. In Rotterdam pak je snel het OV omdat er vele aansluitingen zijn. Bij goed weer staat de N57 richting Hellevoet op slot, dat is lastig. Ik was gewend om 3 kwartier te rijden om naar het strand te gaan. Maar ik moet zeggen dat het heel snel went om zo dicht bij strand en bos te zitten.” Met zijn bodybord gaat hij dan ook graag de golven bij Ouddorp of de Maasvlakte op.

Duncan werd geboren in Den Haag als oudste in een gezin met drie kinderen. Groeide op in Voorburg, woonde in Zoetermeer en later in Rotterdam-Zuid. En nu dus in Hellevoetsluis. Na de havo is hij aan de slag gegaan als applicatieprogrammeur en helpdeskmedewerker. Nadat hij het conservatorium in Rotterdam richting gitaar had afgerond speelde hij over de hele wereld zowel solo als in bands. “We hebben half Europa gezien. Ik heb voor een project twee keer een tour in Rusland gedaan. Live optredens op tv gedaan en in Sint Petersburg gespeeld. Maar ik heb ook in New York op een jazz festival gestaan. En ook in Nederland met bands meegewerkt aan radio -en televisieopnames.” Tijdens het rondtoeren merkte hij al dat hij goed was in organiseren en regelen. De gitaar, die raakt hij inmiddels niet meer aan. “Iedereen vindt het raar als ik zeg dat ik nooit meer speel. Toen ik twintig was, had ik nooit gedacht dat ik er op uitgekeken zou raken. Maar toch is het zo. Het spelen werd gewoon steeds minder totdat ik de gitaar helemaal links liet liggen.”

Duncan heeft inmiddels een rijk gevulde cv en is inmiddels dertig jaar werkzaam in de culturele sector. Hij is op veel plekken bestuurslid geweest of is dat nog steeds. Zo is hij betrokken bij De Kunstenbond; de vakbond voor creatieve in de culturele sector waar hij een actieve rol speelt als bestuurslid. In Het Koorenhuis Den Haag zit hij in de Raad van Toezicht.

Bij de SKVR in Rotterdam gaf hij band -en gitaarles en deed de coördinatie voor de Popschool. Ook vervulde hij vaak een adviserende rol met betrekking tot organisatiekantelingen. Creatief, maar ook pragmatisch; de zakelijke aspecten van de culturele sector liggen hem goed. “In deze sector is het moeilijk te kunnen overleven met maar één specialisatie. Omdat ik verschillende disciplines beheers, kon ik gewoon mijn boterham verdienen met lesgeven, optreden en fotograferen. Ik denk dat het een misvatting is dat iedereen in de culturele sector niet goed rond kan komen. Als je alles goed regelt, moet het te doen zijn. Onlangs hadden we natuurlijk de discussie met Zandvoort waar muzikanten gevraagd werden voor niks te spelen. Dat is niet normaal; je gaat niet voor niks werken. Ik heb zelf wat dat betreft niks te klagen gehad. Er hangt toch een soort stigma op de sector waardoor mensen denken dat ze kunnen vragen of een muzikant voor niks wil komen werken. Met de Kunstenbond hebben we daarom ook een campagne opgezet ‘Weet wat je waard bent’. Je moet niet bang zijn om te onderhandelen of bang zijn dat er een ander gevraagd wordt als je vasthoudt aan jouw tarief.”

Duncan is ook vele jaren professioneel fotograaf voor fashion, portret -en trouwfotografie geweest. “Fotograferen vind ik nog steeds leuk om te doen. Ik heb eigenlijk altijd een camera bij me. Ik neem geen opdrachten meer aan, maar heb bijvoorbeeld wel voor Fortresse Holland foto’s gemaakt. “ Tekenen doet hij al zijn hele leven. “Ik heb wel geleerd dat ik dat stukje voor mezelf moet houden. Ik wil daar geen druk op, geen opdrachten. Je hoeft niet overal je werk van te maken. Dat heb ik met veel andere dingen die ik leuk vind wel gedaan.” Vanuit het lesgeven kwam hij bij SKVR popschool terecht waar hij les gaf en de coördinatie op zich nam. “Daar heb ik geleerd hoe ga je samenwerkingen aan. Hoe zet je iets op de kaart. Voor mij werd steeds duidelijker dat daar mijn hart ligt, bij het organiseren.”

Sinds februari 2021 is Duncan directeur van Fortresse Holland; de samenwerkende organisatie tussen het Droogdok Jan Blanken, Stadsmuseum Hellevoetsluis en Ramtorenschip Buffel. Het doel is te fuseren tot één organisatie om al die losse onderdelen deel uit te laten maken van de Vesting als openlucht museum. Want zo stelt Peltenburg ‘alles aan de Vesting ademt openlucht museum.’ Toen ik hier voor het eerst kwam, zag ik hoeveel potentie de Vesting heeft, maar dat dat soms niet tot uiting komt. Dat zie je ook aan evenementen zoals de Vestingdagen, dat trok ontzettend veel mensen naar Hellevoetsluis.”

De buitententoonstelling met daaraan gekoppeld de virtuele tijdlijn is de eerste stap om het publiek te laten zien dat de samenwerking er is. In de samenwerkende partijen werkt iedereen met veel bezieling en passie. We willen met één verhaal naar buiten komen en niet met allemaal losse onderdelen. Vandaar een overkoepelend geheel met Fortresse Holland waar alles in samenkomt zodat het geprofessionaliseerd kan worden. Er moet nog wel veel gebeuren. Ook is het de bedoeling het verhaal ‘eilandbreed’ te gaan trekken. Hiervoor moeten we de samenwerking aan gaan met andere partijen zoals Historisch Museum Den Briel. Dit staat overigens los van de fusie van de gemeenten. Met elkaar aanvullende tentoonstellingen kun je de verbinding tussen Hellevoetsluis en Brielle laten zien. Daar zijn we op dit moment druk mee bezig. Maar ook met fondsenwerving voor de verbouwing van de Museumloods. De gemeente betaalt een deel, de rest moeten we zelf werven. De maquette van de Rijkswerf is vorig jaar overgebracht naar het Rijksmuseum voor restauratie. Deze maquette komt weer terug en zal onderdeel uitgaan maken van de permanente tentoonstelling in de Museumloods. 

En natuurlijk wordt 400 jaar haven Hellevoetsluis gevierd. Niet alleen zaterdag 16 oktober is er van alles te doen in de Vesting overigens, ook in de week ervoor en erna. Ook de samenwerkende partijen van Fortresse Holland bieden leuke activiteiten rondom dit thema. Lees hier meer over op pagina 20 en 21 van de editie van deze week Groot Hellevoet

Uit de krant