
Rich van Kralingen
Algemeen 1.681 keer gelezenDe nu 77-jarige Rich van Kralingen werd geboren in Oostvoorne. Als driejarig jongetje verhuisde hij met zijn ouders naar Hellevoetsluis.
'Ik ben in de oorlog geboren', vertelt Rich. 'Van Oostvoorne weet ik niet zo veel meer, maar wel dat mijn moeder me daar aan de geitenpin vast zette als ik buiten speelde. Wij woonden namelijk aan de Bosweg en het trammetje van de RTM dat tot aan het strand reed, kwam op zo'n 25 meter afstand van het huis langs. Ik zat altijd met de steentjes die tussen de rails lagen te spelen en zo kwam mijn moeder op het idee om me voor mijn veiligheid aan een tuigje vast te zetten. Toen ik drie jaar was, verhuisden we naar de Vesting in Hellevoetsluis. Hier heb ik tot 1957 gewoond.'
Rich ging in zijn jonge jaren naar de Witte School in de Vesting. 'Die werd zo genoemd, omdat hij wit geverfd was. Daarna ben ik naar de MULO gegaan, maar die heb ik niet afgemaakt, want ik kon me niet goed concentreren. Ik zag van alles, behalve mijn leerstof. Toen ben ik naar de Technische School gegaan, de Ambachtsschool en de avondschool. Ik heb de opleiding bankwerken gedaan en vervolgens zo'n anderhalf tot twee jaar gewerkt. Daarna ben ik dienst gegaan bij de technische troepen. Daar heb ik 22 maanden bij gezeten, een maand langer dan normaal, omdat ze in Nieuw Guinea aan het vechten waren. Na mijn diensttijd ben ik bij de Gebu gaan werken, daar was ik voorman machine stellen. Maar kennissen verdienden in die tijd in de Europoort veel geld en toen ben ik voor koppelbazen gaan werken als onderhoudsmonteur in de industrie. Ook heb ik nog bij de kerncentrale in Borssele gewerkt in het onderhoud. Ik wilde niet in de chemie werken, vanwege de giftige stoffen. Bij de Akzo hadden ze zelfs kwikbaden. Daarom voelde ik me in de kerncentrale ook veel veiliger dan in de hele Europoort bij elkaar. De veiligheidsvoorschriften daar waren gewoon heel erg goed. Je werkte ook maar zo'n drie uur effectief per dag, de rest van de uren waren voor de veiligheidsmaatregelen. Ik heb ook nog even in Dodewaard gewerkt, maar daar was dat allemaal veel minder. Als laatste, dus tot aan mijn pensioen in 1994, dat heette toen de VUT, heb ik in vaste dienst bij de EMO gewerkt. Daar heb ik alleen wel eerst heel erg aan de havenmentaliteit moeten wennen.'
Rich hield zich al heel vroeg buiten zijn werk om, ook bezig met andere dingen. 'Na mijn school ben ik gaan voetballen, handballen en basketballen. Bij het voetbal had ik het gauw gezien, nadat ik een paar flinke schoppen tegen mijn schenen had gehad. In 1954 had je ook de padvinderij, dus echt de landverkenners. Daar ben ik toen bij begonnen en was ik nummer 25. Dat lukte ook pas na veel zeuren, want ze wilden er maar 24. Hier heb ik me echt helemaal uit kunnen leven en ben ik tot 1970 bij geweest. Ik heb daar ook bij de Zeeverkenners gezeten en als laatste was ik Schipper. Vroeger heette het padvinderij, tegenwoordig Scouting. In die tijd had ik ook een eigen zalmschouw. Als casco gekocht en zelf afgetimmerd in de tijd dat ik bij de Gebu werkte. Daar zeilde ik mee in Vinkeveen en nam dan ook passagiers mee en leerde ook jongens zeilen. Eén van die jongens is Dick Schouten en het leuke is, dat ik daar nu nog steeds contact mee heb. Deze zalmschouw heeft ook bij de Watersportvereniging Hellevoetsluis gelegen, waar ik ook 40 jaar lid van ben geweest. Hier ben ik ook actief bij betrokken geweest, want daar hebben we toen onder andere de steigers voor gemaakt van gelaste oude spuitpijpen, tonnen met carboleum en planken van verpakkingskisten. In 1975 zijn we aan de Rijksstraatweg komen wonen en ons huis werd toen casco afgeleverd. Die heb ik zelf helemaal afgebouwd. Ik probeer ook altijd graag zoveel mogelijk zelf te doen, zo zit ik gewoon in elkaar. Bovendien geeft dat ook heel veel voldoening.'
Boven alles is Rich al meer dan 50 jaar betrokken bij het Stadsmuseum. Hij stond dan ook aan de wieg van het ontstaan ervan. 'In 1968 begonnen dokter Walters en Kleikamp met het verzamelen van spullen. Daar kwam later meester Hoogkamer bij, van de openbare school Nieuw-Helvoet. Er verdwenen heel veel historische dingen en zij vonden dat ze daar iets aan moesten doen. Burgemeester Aartsen stelde toen een ruimte beschikbaar op de zolder van het Prinsenhuis. Daar stond de oude commode van de familie Kleikamp en dat was mijn werkbankje. Zo is alles eigenlijk begonnen. Wat later kregen we een paar vitrines in de hal tot onze beschikking, maar dat zat ook zo vol. In het kruitmagazijn waar nu Mach zit, hebben we ook nog een ruimte gehad om onder andere wrakhout op te slaan en ook nog in het Ruyterhuis. In 1978 werd het Brandweermuseum verbouwd en kregen we daar ruimte tot onze beschikking. In 1985 wilden we naar de Affuitenloods, maar dat is toen niet door gegaan. Op een deel van de zolder van de Machinistenschool in De Veste hebben we nog boeken van de scheepsbewegingen van het Kanaal door Voorne in opslag gehad. Die waren bij het vuil neergezet en die hebben wij dus gered. Verder hebben we nog een opslag gehad in het Brandweermuseum de Kuiperij en in de Torenhoeve. Vanaf het moment dat we extra ruimte kregen bij het Brandweermuseum, is daar, naast nog een ruimte in Kickersbloem, nu ons archief en de opslag. De bezoekersruimte van het Stadsmuseum is zo'n 200 vierkante meter. Een bijzonder stuk wat we nu hebben is een kinderboek dat door iemand op de rommelmarkt in Oudenhoorn gekocht. Tot zijn grote verbazing bleek dat na een paar gedrukte bladzijden, het boek overgaat in een handgeschreven dagboek van 1942. De schrijfster, Marie den Ouden, woonde toen op de Westdijk en zij had een Joodse vriend die in Rotterdam woonde en waar zij mee correspondeerde. Hij heeft de oorlog niet overleefd. Het boek en zijn brieven gaan nu met de komende tentoonstelling mee. Op dit moment zijn we namelijk druk bezig met een tentoonstelling van de jaren '40-'45. Die gaat over hoe de mensen in die tijd leefden, dus het dagelijks leven. De opening is 21 april en deze tentoonstelling is te zien tot 1 november. Uiteraard doe ik niet in mijn eentje al het werk voor het Stadsmuseum. We runnen het museum met een hele leuke groep vrijwilligers en het is dan ook echt 'ons' museum. Het leuke van verzamelen is dat je het steeds wat completer kunt maken. Bijna iedere week krijgen we dan ook wel nieuwe spullen tot onze beschikking. Leuk vind ik het ook als er scholen op bezoek komen en je kinderen echt dingen van vroeger kunt laten zien en laten beleven. Zo laat ik ze wel eens ruiken aan een oud touw wat er hangt en wat aan het einde uitgeplozen is. Als ik ze dan vertel dat dit het 'allemansendje' heet en gebruikt werd om je kont mee af te vegen op een schip nadat je je behoefte had gedaan, is het hilariteit alom natuurlijk.'
'Ik heb een hele fijne jeugd gehad. Het leven was voor mij toen één groot avontuur. En na al die jaren woon ik hier nog steeds met heel veel plezier. Je hebt hier alles en ook zit je hier dicht bij de zee en de duinen. We wandelen en fietsen namelijk heel graag en dat kan hier in de nabije omgeving dus heel goed. Het Voornes Duin, Quakjeswater, Breede Water, maar ook op Goeree, wat ook heel dichtbij is, komen we dan ook graag.'
















