Ongebreideld optimisme
Ongebreideld optimisme

Blijven steken in de jaren zeventig...

Actueel 42 keer gelezen

Op zaterdagochtend 5 september mag ik tussen tien en elf uur 's ochtends te gast zijn in het politieke interviewprogramma van Dick Bosgieter op Radio Voorne (106.9 FM). Vanzelfsprekend geef ik nog graag nog eenmaal antwoord op Dicks politieke vragen. Wat ik nog leuker vind, is dat ik die ochtend de muziek mag uitkiezen. Ik heb een voorliefde voor platen uit de jaren zeventig, en ik zal u mijn kijk op die muziekstijl uiteenzetten.

In de periode dat de cd's opkwamen, kocht ik zoals zovelen de cd-versie van mijn favoriete platen. En omdat ik veel in Amerika moest zijn kocht ik ze daar, waar ze veel goedkoper waren. Op de terugweg ging ik dan tevreden door mijn aangeschafte stapeltje, en dat waren eigenlijk altijd albums uit de jaren tussen 1970 en 1975. De grootste talenten die in die tijd opkwamen, zaten naar mijn mening in de popmuziek. Net zoals je nu misschien vooral DJ's, ontwerpers van computergames, of voetbalsterren ziet. Maar in die tijd gingen de grootste geesten in de popmuziek en misschien zijn de helden van toen daarom nog steeds zo populair. Laatst heb ik nog een uiterst vitale Paul McCartney, nu 72 jaar oud, in actie gezien.

Ongebreideld optimisme
Wat mij ook aansprak aan die eerste helft van de jaren zeventig, was dat het een ongebreideld optimistische tijd was. Daar werd ik door aangestoken. Teksten als van John Lennon, 'War is over - if you want it' ('De oorlog is over, als je dat maar wilt') of het refrein van de hit 'Chicago' van Graham Nash, 'We can change the world' ('We kunnen de wereld veranderen') klonken zo vanzelfsprekend dat ik als puber dacht: inderdaad! Bruce Springsteen, Bob Dylan, en de vroege Dr. Hook and the Medicine Show gaven een stem aan oprechte bezorgdheid. Bob Dylan's 'The lonesome death of Hattie Carroll', over een rijke witte jongen die in een dronken bui de zwarte huishoudster doodsloeg, gaf me kippenvel. Ik denk nog steeds dat de popmuzikanten destijds echt invloed hadden op de toenmalige politieke verhoudingen.

Na het idealisme
Na die idealistische jaren zeventig kwam de disco en vervolgens de punk. Bij punk haakte ik af en hoewel mijn echtgenote vindt dat ik qua muziek met mijn tijd mee moet gaan, ben ik lekker in de jaren zeventig blijven steken. En dus ga ik met Dick Bosgieter op zaterdagochtend 5 september plaatjes uit die tijd draaien.

Uit de krant